Spistick 400mg Susp Oraal Gebruik Zakje 20
Geneesmiddel

Spistick 400mg Susp Oraal Gebruik Zakje 20

  € 9,99

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 9,99 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 9,99 (6% inclusief btw)

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 9,99
Op voorraad

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Bijwerkingen kunnen tot een minimum beperkt worden door de laagst doeltreffende dosis te gebruiken voor de kortste duur die nodig is om symptomen onder controle te houden (zie rubriek 4.2, en gastro-intestinale en cardiovasculaire risico's hieronder). Spistick mag enkel worden gebruikt na een rigoreuze evaluatie van de baten-risicoverhouding in het geval van:  systemische lupus erythematosus (SLE) en gemengde bindweefselziekte  verhoogd risico op aseptische meningitis (zie rubriek 4.8).

 aangeboren afwijkingen van het porfyrinemetabolisme (bv. acute intermittente porfyrie). Bijzonder zorgvuldig medisch toezicht is geboden bij patiënten:  met een voorgeschiedenis van hypertensie en/of hartfalen want er is vochtretentie en oedeem gemeld in verband met NSAID-behandeling (zie rubriek 4.3 en 4.8).  met nierfunctiestoornis want de nierfunctie kan verder verslechteren (zie rubriek 4.3 en 4.8).  met leverstoornis (zie rubriek 4.3 en 4.8).  die net een grote operatie achter de rug hebben.  met hooikoorts, neuspoliepen of chronische obstructieve longziekte, vanwege een verhoogd risico op allergische reacties. Deze kunnen zich manifesteren als astma-aanvallen (zogenaamde analgetica-astma), Quincke-oedeem of urticaria.  met een voorgeschiedenis van overgevoeligheidsreacties met andere stoffen, vanwege het verhoogde risico op overgevoeligheidsreacties dat zij ook lopen bij gebruik van Spistick. Gastro-intestinale veiligheid Gastro-intestinale bloeding, zwering of perforatie, wat fataal kan zijn, is gemeld bij alle NSAID's gelijk wanneer tijdens de behandeling, met of zonder waarschuwingssymptomen of een voorgeschiedenis van ernstige gastro-intestinale voorvallen. Het risico op gastro-intestinale bloeding, zwering of perforatie is hoger bij hogere doses NSAID en bij patiënten die al eens een zweer gehad hebben, vooral als er een complicatie was met hemorragie of perforatie (zie rubriek 4.3), en bij ouderen. Deze patiënten moeten de behandeling opstarten aan de laagst mogelijke dosis. Voor die patiënten moet er een combinatietherapie met beschermende middelen (bv. misoprostol of protonpompremmers) overwogen worden, evenals voor diegene die gelijktijdig een lage dosis acetylsalicylzuur nodig hebben of andere geneesmiddelen die het gastro-intestinale risico kunnen verhogen (zie verder en 4.5). Patiënten met een voorgeschiedenis van GI toxiciteit, vooral als ze ouder zijn, moeten alle ongewone buiksymptomen melden (vooral GI bloeding), zeker in het beginstadium van de behandeling. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten die gelijktijdige medicatie krijgen die het risico op zwering of bloeding kan verhogen, zoals orale corticosteroïden, antistollingsmiddelen zoals warfarine, selectieve serotonine-heropnameremmers of antiplaatjesmiddelen zoals acetylsalicylzuur (zie rubriek 4.4). Als er gastro-intestinale bloeding of zwering optreedt bij patiënten die ibuprofen krijgen, moet de behandeling stopgezet worden (zie rubriek 4.3). NSAID's moeten met voorzichtigheid gegeven worden aan patiënten met een voorgeschiedenis van gastro-intestinale ziekte (colitis ulcerosa, ziekte van Crohn) want deze aandoeningen kunnen exacerberen (zie rubriek 4.8). Ernstige bijwerkingen van de huid (SCAR's) Ernstige bijwerkingen van de huid (SCAR's) zijn gemeld, waaronder exfoliatieve dermatitis, erythema multiforme, Stevens-Johnson-syndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN), geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS-syndroom) en acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), die levensbedreigend of fataal kunnen zijn, in samenhang met het gebruik van ibuprofen (zie rubriek 4.8). De meeste van deze reacties traden op binnen de eerste maand. Als er tekenen en symptomen optreden die op deze reacties wijzen, moet het gebruik van ibuprofen onmiddellijk worden gestopt en moet een alternatieve behandeling worden overwogen (indien nodig). Uitzonderlijk kan varicella aan de oorsprong liggen van ernstige infectieuze complicaties op de huid en de weke delen. Tot op heden kan de bijdragende rol van NSAID's tot het verergeren van deze infecties niet uitgesloten worden. Daarom wordt het gebruik van ibuprofen in geval van varicella afgeraden. Cardiovasculaire en cerebrovasculaire effecten Voorzichtigheid (raadpleging van arts of apotheker) is geboden vóór opstart van behandeling bij patiënten met een voorgeschiedenis van hypertensie en/of licht tot matig congestief hartfalen aangezien vochtretentie, hypertensie en oedeem zijn gemeld in verband met NSAID-behandeling.

Klinische studies geven aan dat het gebruik van ibuprofen, vooral aan hoge dosis (2400 mg/dag) verband kan houden met een licht hoger risico op arteriële trombotische voorvallen (bijvoorbeeld myocardinfarct of beroerte). Over het algemeen geven epidemiologische studies niet aan dat een lage dosis ibuprofen (bv. ≤1200 mg/dag) verband houdt met een hoger risico op arteriële trombotische voorvallen. Patiënten met ongecontroleerde hypertensie, congestief hartfalen (NYHA II-III), vastgestelde ischemische hartziekte, perifere arteriële ziekte, en/of cerebrovasculaire ziekte mogen pas behandeld worden met ibuprofen na zorgvuldige afweging en ze mogen geen hoge doses (2400 mg/dag) krijgen. Zorgvuldige overweging is ook nodig vóór opstart van langdurige behandeling van patiënten met risicofactoren voor cardiovasculaire voorvallen (bv. hypertensie, hyperlipidemie, diabetes mellitus, roken), vooral als er hoge doses ibuprofen (2400 mg/dag) nodig zijn. Er zijn meldingen gedaan van het Kounis-syndroom bij patiënten die worden behandeld met Spistick. Het Kounis-syndroom wordt omschreven als cardiovasculaire symptomen als gevolg van een allergische of overgevoeligheidsreactie, die kunnen leiden tot vernauwing van de kransslagaders en mogelijk tot een myocardinfarct. Andere opmerkingen Zeer zelden zijn er ernstige acute overgevoeligheidsreacties (bijvoorbeeld anafylactische shock) waargenomen. Vanaf de eerste tekenen van een overgevoeligheidsreactie na inname/toediening van Spistick moet de behandeling stopgezet worden. Gespecialiseerd personeel moet de medisch nodige maatregelen treffen overeenkomstig de symptomen. Bij langdurig gebruik van Spistick moeten de leverwaarden, nierfunctie, evenals het bloedbeeld regelmatig gecontroleerd worden. Ouderen Ouderen hebben een hogere frequentie van bijwerkingen door NSAID's, vooral gastro-intestinale bloeding en perforatie wat fataal kan zijn (zie rubriek 4.8). Ademhalingsstoornissen Bronchospasme kan verwacht worden bij patiënten die last hebben van, of een voorgeschiedenis hebben van bronchiaal astma of allergische ziekte. Effecten op de nieren Algemeen gezien kan regelmatige inname van pijnstillers, vooral in combinatie met verschillende pijnstillende actieve stoffen, leiden tot permanente nierschade met risico op nierfalen (analgetische nefropathie). Dit risico kan hoger liggen bij lichamelijke inspanning in verband met verlies van zout en uitdroging, en moet dus vermeden worden. Bij uitgedroogde kinderen en adolescenten bestaat het risico op een nierfunctiestoornis. Hyperkaliëmie Er is een verhoogd risico op hyperkaliëmie bij patiënten met diabetes en tijdens gelijktijdig gebruik van Spistick en kaliumsparende diuretica. Hematologische effecten Ibuprofen, het actieve bestanddeel in Spistick, kan tijdelijk de werking van de bloedplaatjes remmen (trombocytenaggregatie). Patiënten met stollingsstoornissen moeten daarom zorgvuldig opgevolgd worden.

Langdurig gebruik van elk type pijnstiller voor hoofdpijn kan deze verergeren. Indien deze situatie zich (vermoedelijk) voordoet, dient er medisch advies te worden ingewonnen en de behandeling dient te worden stopgezet. Men dient aan hoofdpijn als gevolg van medicatie-overgebruik (MOH) te denken bij patiënten die regelmatig of dagelijks hoofdpijn hebben ondanks (of als gevolg van) het regelmatige gebruik van geneesmiddelen tegen hoofdpijn. Andere NSAID's Gebruik van gelijktijdige NSAID's waaronder cyclo-oxygenase-2-selectieve remmers moet vermeden worden . Bij gelijktijdige consumptie van alcohol kunnen aan de werkzame stof gerelateerde bijwerkingen, en met name effecten op het maagdarmstelsel of het centraal zenuwstelsel, vaker optreden bij gebruik van NSAID's. Maskeren van symptomen van onderliggende infecties Spistick 400 mg kan symptomen van infectie maskeren, hetgeen kan leiden tot een vertraagde start van een passende behandeling, waardoor het resultaat van de infectie wordt verergerd. Dit is waargenomen bij community-acquired pneumonie en bacteriële complicaties bij varicella. Wanneer Spistick 400 mg wordt toegediend voor koorts of pijnverlichting gerelateerd aan infectie, wordt geadviseerd de infectie te bewaken. Bij zorg buiten een ziekenhuis, dient de patiënt een arts te raadplegen als de symptomen aanhouden of erger worden. Waarschuwing in verband met de hulpstoffen Dit geneesmiddel bevat vloeibare maltitol. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Spistick 400 mg bevat 57,94 mg natrium per 10 ml. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een gecontroleerd natriumdieet.

Ibuprofen behoort tot een groep geneesmiddelen die niet-steroïde ontstekingsremmers heten (Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs, NSAID's). Deze geneesmiddelen werken door te veranderen hoe het lichaam op pijn, ontsteking en hoge lichaamstemperatuur reageert. Spistick wordt gebruikt voor de symptomatische kortetermijnbehandeling van lichte tot matige pijn zoals hoofdpijn, tandpijn, menstruatiepijn, koortsigheid en symptomen van verkoudheid en griep. Daarnaast wordt Spistick, op medisch advies, ook gebruikt voor het verlichten van postoperatieve pijn. Spistick 200 mg is bedoeld voor volwassenen, adolescenten en kinderen vanaf 20 kg lichaamsgewicht (6 jaar en ouder).

- De werkzame stof in Spistick is ibuprofen. Elk sachet voor eenmalig gebruik (10 ml suspensie voor oraal gebruik) bevat 200 mg ibuprofen.

- De andere stoffen in Spistick zijn: natriumbenzoaat (E211); watervrij citroenzuur (E330); natriumcitraatdihydraat (E331); watervrije natriumsacharine (E954); natriumchloride; hypromellose 15cP; xanthaangom (E415); vloeibare maltitol (E965); glycerol 99,8% (E422); aardbeienaroma (aardbeienaroma bevat: stoffen identiek aan natuurlijke smaakstoffen, natuurlijke aromatiserende preparaten, maïsmaltodextrine, tri-ethylcitraat (E1505), propyleenglycol (E1520) en benzylalcohol); gezuiverd water.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Klinische en biologische parameters moeten gevolgd worden bij patiënten die ibuprofen nemen samen met de hieronder opgesomde geneesmiddelen. Gelijktijdig gebruik met de volgende geneesmiddelen wordt afgeraden  Andere NSAID's waaronder salicylaten en selectieve remmers van COX-2: Het gelijktijdig gebruik van verschillende NSAID's kan het risico op gastro-intestinale zweren en bloeding verhogen wegens een synergetisch effect. Het gelijktijdig gebruik van ibuprofen met andere NSAID's moet daarom vermeden worden (zie rubriek 4.4).  Acetylsalicylzuur. Gelijktijdige toediening van ibuprofen en acetylsalicylzuur wordt meestal afgeraden omwille van de mogelijke toename van bijwerkingen. Experimentele gegevens wijzen erop dat ibuprofen het effect van laaggedoseerd acetylsalicylzuur op de plaatjesaggregatie kan remmen wanneer deze middelen gelijktijdig worden toegediend. Hoewel er onzekerheid bestaat over de extrapolatie van deze gegevens naar de klinische situatie, kan de mogelijkheid dat regelmatig, langdurig gebruik van ibuprofen het cardiobeschermende effect van laaggedoseerd acetylsalicylzuur vermindert, niet uitgesloten worden. Er wordt geen klinisch relevant effect waarschijnlijk geacht voor occasioneel gebruik van ibuprofen (zie rubriek 5.1). Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdig gebruik met de volgende geneesmiddelen Diuretica, ACE-remmers, beta-receptorblokkerende geneesmiddelen en angiotensine-II antagonisten NSAID's kunnen het effect van diuretica en andere antihypertensiva verminderen. Bij sommige patiënten met slechte nierfunctie (bv. uitgedroogde patiënten of oudere patiënten met slechte nierfunctie) kan gelijktijdige toediening van een ACE-remmer, beta-receptorblokkerend geneesmiddel of angiotensine-II antagonist en middelen die cyclo-oxygenase remmen, resulteren in verdere verslechtering van de nierfunctie, inclusief mogelijk acuut nierfalen, wat meestal omkeerbaar is. Daarom moet de combinatie met voorzichtigheid toegediend worden, vooral bij ouderen. Patiënten moeten voldoende gehydrateerd worden en men moet monitoring van de nierfunctie overwegen na opstart van gelijktijdige therapie, en daarna periodiek. De gelijktijdige toediening van Spistick en kaliumsparende diuretica kan leiden tot hyperkaliëmie. Digoxine, fenytoïne, lithium Gelijktijdig gebruik van Spistick met digoxine-, fenytoïne- of lithiumpreparaten kan leiden tot hogere serumconcentraties van deze geneesmiddelen. Een controle van de hoeveelheden lithium, digoxine en fenytoïne in serum is bij correct gebruik niet verplicht (maximum over 3 tot 4 dagen). Methotrexaat Het is aangetoond dat de plasmaconcentratie van methotrexaat kan stijgen. NSAID's remmen de tubulaire uitscheiding van methotrexaat en er kan een daling van de methotrexaatklaring optreden. Bij behandeling met een hoge dosis methotrexaat mag geen ibuprofen (NSAID's) gegeven worden. Het risico op een interactie tussen NSAID's en methotrexaat moet ook afgewogen worden bij behandeling met een lage dosis methotrexaat, vooral bij patiënten met een nierfunctiestoornis. Wanneer methotrexaat en NSAID's gecombineerd worden, moet de nierfunctie opgevolgd worden. Voorzichtigheid is geboden als NSAID's en methotrexaat allebei binnen 24 uur toegediend worden, want de plasmaconcentratie van methotrexaat kan stijgen en daardoor een hogere toxiciteit geven. Tacrolimus Het risico op nefrotoxiciteit is hoger wanneer beide geneesmiddelen gelijktijdig gegeven worden. Ciclosporine Er is beperkt bewijs voor een mogelijke wisselwerking die kan leiden tot een verhoogd risico of nefrotoxiciteit. Mifepriston NSAID's mogen niet worden gebruikt in de 8-12 dagen na toediening van mifepriston, omdat NSAID's de werking van mifepriston kunnen verminderen. Corticosteroïden Hoger risico op gastro-intestinale zwering of bloeding (zie rubriek 4.4). Anticoagulantia NSAID's kunnen de effecten van anticoagulantia, zoals warfarine, versterken (zie rubriek 4.4). Antiplaatjesmiddelen en selectieve serotonine-heropnameremmers (SSRI's) Hoger risico op gastro-intestinale bloeding (zie rubriek 4.4). Sulfonylurea Bij klinisch onderzoek zijn wisselwerkingen vastgesteld tussen NSAID's en antidiabetica (sulfonylurea). Hoewel wisselwerkingen tussen ibuprofen en sulfonylurea tot op vandaag nog niet zijn beschreven, wordt een controle van de bloedglucosewaarden aanbevolen als voorzorg bij gelijktijdige inname. Zidovudine Er is bewijs van een verhoogd risico op hemartrose en hematoom bij hiv(+) hemofiliepatiënten die gelijktijdige behandeling met zidovudine en ibuprofen krijgen. Probenecide en sulfinpyrazon Geneesmiddelen die probenecid of sulfinpyrazon bevatten, kunnen de uitscheiding van ibuprofen vertragen. Baclofen Na het starten van ibuprofen kan toxiciteit optreden bij baclofen. Ritonavir Ritonavir kan de plasmaconcentraties van NSAID's verhogen. Aminoglycosiden NSAID's kunnen de uitscheiding van aminoglycosiden doen dalen. Quinolone antibiotica Uit diergegevens blijkt dat NSAID's het risico op stuiptrekkingen in verband met quinolone antibiotica kunnen doen stijgen. Patiënten die NSAID's en quinolonen nemen, kunnen een hoger risico op stuiptrekkingen hebben. Voriconazol en fluconazol Uit een studie met voriconazol en fluconazol (CYP2C9-remmers) bleek een verhoogde S-(+)- ibuprofen blootstelling met ongeveer 80  100%. Verlaging van de dosis ibuprofen moet overwogen worden wanneer er gelijktijdig krachtige CYP2C9-remmers toegediend worden, vooral wanneer een hoge dosis ibuprofen toegediend wordt met ofwel voriconazol ofwel fluconazol. Colestyramine Bij gelijktijdige toediening van ibuprofen en colestyramine wordt de absorptie van ibuprofen vertraagd en verlaagd (25%). De geneesmiddelen moeten met een paar uur tussentijd toegediend worden.

maagklachten, zoals brandend maagzuur, maagpijn, misselijkheid en braken, flatulentie (winderigheid), diarree, constipatie en kleine bloedingen in de maag en/of darmen wat in uitzonderlijke gevallen kan leiden tot bloedarmoede.

  • u bent allergisch voor ibuprofen of andere niet-steroïde ontstekingsremmers (NSAID's) of voor
    een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
  • u hebt ooit last gehad van kortademigheid, astma, lopende neus, opzwellen van gezicht, tong of
    keel, of netelroos na het gebruik van acetylsalicylzuur of andere niet-steroïde
    ontstekingsremmers (NSAID's)
  • u hebt ooit een maag- of darmbloeding of perforatie gehad in verband met eerder gebruik van
    NSAID's
  • u hebt momenteel terugkerende zweren in de maag/twaalfvingerige darm (peptische zweren) of
    bloeding (twee of meer aparte periodes met bewezen zwering of bloeding) of hebt dit ooit gehad
  • u hebt ernstig lever-, nier-, of hartfalen
  • u hebt een hersenbloeding (cerebrovasculaire bloeding) of andere actieve bloeding
  • u hebt last van ernstige uitdroging (veroorzaakt door braken, diarree of te weinig drinken)
  • u hebt last van onverklaarbare bloedvormingsstoornissen zoals trombocytopenie
  • als u een vrouw bent en in het derde trimester van de zwangerschap (zie "Zwangerschap,
    borstvoeding en vruchtbaarheid").

Zwangerschap Remming van prostaglandinesynthese kan een negatief effect hebben op de zwangerschap en/of op de ontwikkeling van het embryo/de foetus. Uit gegevens van epidemiologische studies blijkt een hoger risico op miskraam en hartmisvorming en gastroschisis na gebruik van een prostaglandinesyntheseremmer in de vroege zwangerschap. Men denkt dat het risico hoger wordt naarmate de dosis en duur van de behandeling toenemen. Bij dieren is gebleken dat toediening van een prostaglandinesyntheseremmer leidt tot een hoger verlies pre- en post-innesteling, en embryo-foetale letaliteit. Daarnaast is er een hogere incidentie gemeld van verschillende misvormingen, waaronder cardiovasculaire, bij dieren die een prostaglandinesyntheseremmer gekregen hebben in de organogenetische periode. Vanaf de 20ste week van de zwangerschap, kan het gebruik van ibuprofen oligo-hydramnios veroorzaken voortvloeiend uit een foetale nierfunctiestoornis. Dit kan voorkomen kortelings na de initiatie van de behandeling en is normaliter reversibel na stopzetting. Daarnaast zijn er meldingen geweest van ductus arteriosus constrictie als gevolg van een behandeling in het tweede trimester, waarbij de meeste werden opgelost na stopzetting van de behandeling. Daarom, in het eerste en tweede trimester van de zwangerschap mag ibuprofen niet gegeven worden tenzij er duidelijke noodzaak is. Als ibuprofen gebruikt wordt door een vrouw die zwanger probeert te worden, of in het eerste en tweede trimester van de zwangerschap, dan moet de dosis zo laag mogelijk gehouden worden en de behandelingsduur zo kort mogelijk. Prenatale monitoring voor oligohydramnios en ductus arteriosus constrictie moet overwogen worden na blootstelling aan ibuprofen gedurende verschillende dagen vanaf de 20ste zwangerschapsweek. Ibuprofen behandeling moet gestopt worden wanneer oligo-hydramnios of ductus arteriosus opgemerkt worden. In het derde trimester van de zwangerschap kunnen alle prostaglandinesyntheseremmers de foetus blootstellen aan:  cardiopulmonale toxiciteit (voortijdige constrictie/sluiting van de ductus arteriosus en pulmonale hypertensie).  Nierfunctiestoornis (zie boven), wat kan verergeren tot nierfalen met oligo-hydroamniose. De moeder en de neonaat, aan het einde van de zwangerschap, aan:  mogelijke langere bloedingstijd, een antiaggregatie-effect wat zelfs bij zeer lage doses kan optreden.  remming van de baarmoedercontracties met een vertraagde of langere bevalling als gevolg. Ibuprofen is dus gecontra-indiceerd voor gebruik in het derde trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.3). Borstvoeding Enkel kleine hoeveelheden ibuprofen en afbraakproducten ervan komen in de moedermelk terecht. Aangezien er tot op heden geen schadelijke effecten gekend zijn voor zuigelingen, moet de borstvoeding doorgaans niet onderbroken worden bij kortdurend gebruik van ibuprofen aan de aanbevolen doses. Vruchtbaarheid Er is bewijs dat stoffen die de cyclo-oxygenase-/prostaglandinesynthese remmen, de vrouwelijke vruchtbaarheid kunnen aantasten door het effect dat ze hebben op de eisprong. Dit is omkeerbaar als de behandeling wordt stopgezet.

De aanbevolen dosering is:
Volwassenen en adolescenten vanaf 40 kg lichaamsgewicht (12 jaar en ouder)
Startdosis is 1 of 2 sachets Spistick 200 mg. Indien nodig kunnen er extra doses van 1 of 2 sachets
Spistick 200 mg genomen worden om de 6 uur.
De tussentijd tussen doses moet minstens 6 uur bedragen.
Niet meer dan 6 sachets Spistick 200 mg nemen in een periode van 24 uur.
Kinderen tussen 20 kg en 39 kg lichaamsgewicht (6 -11 jaar)
Spistick mag enkel gebruikt worden bij kinderen met een lichaamsgewicht van minstens 20 kg.
De maximale totale dagelijkse dosis ibuprofen is 20  30 mg per kg lichaamsgewicht, verdeeld
over 3 tot 4 enkele doses.


Dosering bij kinderen vanaf 6-11 jaar volgens lichaamsgewicht is als volgt:
- kinderen 20 – 29 kg nemen 1 sachet Spistick 200 mg tot drie keer per dag naar behoefte. Niet
meer dan 3 sachets (tot 600 mg ibuprofen) nemen in een periode van 24 uur. Laat minstens
8 uur tussen twee doses.
- kinderen 30 – 39 kg nemen 1 sachet Spistick 200 mg tot vier keer per dag naar behoefte. Niet
meer dan 4 sachets (tot 800 mg ibuprofen) nemen in een periode van 24 uur. Laat minstens 6-8
uur tussen twee doses.
Indien kinderen (leeftijd van 6 jaar en meer) of adolescenten dit geneesmiddel gedurende meer dan
3 dagen moeten innemen of indien de symptomen erger worden, dient een arts geraadpleegd te
worden.
Kinderen onder 20 kg lichaamsgewicht (of onder 6 jaar )
Spistick 200 mg is niet aangewezen bij kinderen die minder dan 20 kg wegen of minder dan 6 jaar oud
zijn.

CNK 4906376
Organisaties Zambon Group
Merken Zambon
Actieve ingrediënten ibuprofen